E-nummers: schadelijk of veilig voor onze gezondheid?

E-nummers

Eens in de zoveel tijd duikt er weer een artikel in de media op over e-nummers. E-nummers blijken dan de best onderzochte stoffen die er bestaan en vormen geen enkel risico voor onze gezondheid. Ondertussen zijn er steeds meer mensen in Nederland die e-nummers zoveel mogelijk willen vermijden. Worden we gewoon bang gemaakt door voedingsgoeroes of zit er wel degelijk een wetenschappelijk fundament achter de beweringen om e-nummers te weren? Tijd om eens goed de balans op te maken. 

Niet alle E-nummers zijn schadelijk, er zijn echter een aantal E-nummers waarbij wetenschappelijk onderzoek steeds vaker aantoont dat de stof gevaren kan opleveren voor de gezondheid. In dit artikel lees je welke E-nummers je beter kunt vermijden en waarom.

Fabrikanten van voeding gebruiken hulpstoffen om het product een bepaalde smaak, geur, kleur of structuur te geven en de houdbaarheid te verlengen. Deze kunstmatige toevoegingen zitten in bijna alle bewerkte levensmiddelen, van koekjes, chips, vleeswaren, bouillon, frisdranken, toetjes.

Stoffen met E-nummers hebben soms een natuurlijke oorsprong en soms een chemische, en deze laatste zijn het meest schadelijk. E-nummers worden door de European Food Safety Authority (EFSA) onderzocht en vervolgens bepalen ze of een additief gebruikt mag worden in voedsel in de Europese Unie.

Als de stof wordt toegestaan, dan stellen ze een maximale dosis vast (ADI of Aanvaardbare Dagelijkse Inname). Ook al is een stof goedgekeurd, dan stelt de EFSA dus dat het alleen veilig is als je er maar een bepaalde hoeveelheid van binnenkrijgt. Zeker niet alle E-nummers zijn schadelijk, er zijn echter een aantal E-nummers waarbij wetenschappelijk onderzoek steeds vaker aantoont dat de stof gevaren kan opleveren voor de gezondheid.

Bovendien is de één eenmaal gevoeliger voor bepaalde stoffen dan de ander. Wat er gebeurt als je bepaalde schadelijke E-nummers combineert weten de experts ook niet. De fabrikanten zijn niet altijd heel transparant over de stoffen die ze gebruiken, soms worden de toevoegingen niet expliciet genoemd, maar wordt er een minder bekende benaming voor de stof gebruikt, waardoor je eigenlijk nog niet precies weet wat er in je eten zit.

Het doel van dit artikel is zeker niet om je te laten schrikken, het doel van dit artikel is om je bewust te maken zodat je zelf goed geïnformeerd een eigen keuze kunt maken. Heb zeker geen stress over het feit dat je in het verleden veel van deze E-nummers hebt binnengekregen, zie het meer als een motivatie om het in de toekomst anders te doen en zo stappen te zetten naar een maximale gezondheid.

De meeste E-nummers genoemd in dit artikel zijn additieven waarbij ongeveer driekwart van de wetenschappelijke analyses hebben bepaald dat de betreffende stof een gevaar voor de gezondheid kan opleveren. Dat zijn stoffen die je liever wilt vermijden voor een optimale gezondheid.

1. E621 – MONOSODIUMGLUTAMAAT

Waar dient deze stof voor
De meest omstreden synthetische smaakversterker is monosodiumglutamaat ofwel mononatrium glutamaat, MSG, Ve Tsin. Het zorgt voor een zoutachtige vleessmaak aan voedsel en is goedkoop waardoor deze veel wordt toegepast.

Eigenlijk zorgt het ervoor dat de andere smaken in het product sterker worden. Deze stof verstoort ook je verzadigingsgevoel, het werkt in op het hormoonstelsel en hierdoor krijg je geen signaal dat je genoeg hebt gegeten.

Zo eet je er snel te veel van. Corinne Gouget, die al bijna vijftien jaar de gevolgen van E-nummers bestudeert, zegt in haar boek ‘Wat zit er in uw eten?’: “Het is een neurotoxisch additief en heeft het vermogen om de neuronen in de hersenen aan te tasten.” Het staat bekend als excitotoxine, een stof die cellen activeert waardoor ze uiteindelijk beschadigen.

Waar zit het veel in
In soepen, sauzen, bouillon(blokjes), pizza’s, zoutjes, vis, vlees, kruidenmengsels. Kortom bijna in alle hartige voorverpakte voedingsmiddelen. In restaurants met een oosterse keuken is monosodiumglutamaat een standaard smaakmaker, soms in plaats van zout. Ook in fastfood restaurants wordt het regelmatig gebruikt.

Onderzoek naar dit E-nummer
Uit verschillende onderzoeken is o.a. gebleken dat MSG schade kan toebrengen aan de hersenen van proefdieren in de ontwikkelingsfase. Het kan potentieel permanente schade aanrichten aan de ontwikkelende hersenen en het zenuwstelsel van een foetus en zuigeling.

Het kan namelijk de placenta barrière doordringen of voorkomen in moedermelk. Daarnaast blijkt dat glutamaat wordt geconcentreerd in de foetale kant van de placenta en dus krijgt de foetus een hogere dosis.

Ons advies
Kelppoeder is een gezond alternatief voor MSG, een natuurlijk superfood extract gemaakt van een zeewiersoort: kelp. Kelp bevat een natuurlijke smaakversterker (glutaminezuur) en is bij uitstek geschikt voor het op smaak brengen van Aziatische gerechten. Kelp bevat daarnaast jodium en vele andere nutriënten.

2. E951 – ASPARTAAM

Waar dient deze stof voor
Deze kunstmatige zoetstof is het meest bekende vervangingsmiddel voor suiker, het is een chemische stof en te vinden in duizenden voedingsproducten. Dit is misschien wel het meest controversiële additief dat er is.

Wetenschappelijk onderzoek dat stelt dat aspartaam kan bijdragen aan zeer veel verschillende kwalen en zelfs ziektes stapelt zich op. Van angstaanvallen, duizeligheid, hoofdpijn tot depressie, chronische vermoeidheid en diabetes.

Waar zit het veel in
Light producten en frisdranken, suikervrije producten, gelatine, suikervrije kauwgom, pepermunt, sportdranken, siroop, zuivelproducten, vitamine kauwtabletten, drinkontbijt, chips, drop, zoetjes, toetjes, ijsthee, kauwbare vitamines en ook in sommige geneesmiddelen zoals keelpastilles.

Expert over dit E-nummer
Dr. Roberts is een expert op het gebied van wetenschappelijk onderzoek naar deze zoetstof en schreef er ook een boek over. Hij zegt in zijn boek: “Aspartaam is geen natuurlijk product, maar een daadwerkelijk vergif.”

Ons advies
Kies liever voor zoete alternatieven als verse vanille, kaneel, stevia, yaconsiroop, lucumapoeder, kokosbloesemsuiker, honing of mesquitepoeder.

3. E640 – GLYCINE

Waar dient deze stof voor
Glycine is een aminozuur en onderdeel van alle eiwitten. Het wordt gebruikt als smaakversterker en een synthetische (en soms ook dierlijke) stof die gebruikt wordt als hulpmiddel voor additieven die zout kunnen vervangen. Ook deze stof bevordert de eetlust.

Deze stof kan zowel synthetisch zijn of gemaakt van gelatine en slachtafval (zoals botten en huiden) en dus dierlijk zijn. Daardoor is het niet geschikt voor veganisten en vegetariërs.

Waar zit het veel in
Afbakbroodjes, stokbroden, croissants en vlees

Over dit E-nummer
Bekende bijwerkingen van E640 zijn het mogelijk remmen van de groei, een negatief effect op het immuunsysteem en mogelijke onvruchtbaarheid op de lange termijn. De U.S. Food and Drug administration heeft een verbod voorgesteld op deze stof.

Ons advies
Kelppoeder is een natuurlijke smaakversterker en geschikt als je Aziatische gerechten op smaak wilt brengen. Of gebruik (roze) Himalayazout, een zuiver en ongeraffineerd roze zout vol mineralen.

4. E221 – NATRIUMSULFIET

Waar dient deze stof voor
Een chemisch conserveermiddel dat wordt gemaakt uit zwavelzuur (zie E220) en gebruikt bij wijnproductie en andere bewerkte levensmiddelen. E221 dient ook als bleekmiddel dat wordt gebruikt ter voorkoming en verkleuring en bederf van gedroogd fruit.

Waar zit het veel in
Wijn (vooral goedkopere witte wijnen), gedroogd fruit, bier, frisdrank, gedroogde groenten, melkproducten, vlees, vruchtensappen, zilveruitjes.

Over dit E-nummer
De U.S. Food and Drug administration stelt dat één op de honderd mensen overgevoelig is voor sulfieten in voeding, waarbij een meerderheid van deze mensen ook astmatisch is. Het zou dus kunnen dat er een verband is tussen deze stof en astma.

De klachten die mensen ervaren die gevoelig zijn voor sulfiet zijn ademhalingsproblemen, uitslag en hoofdpijn. Het voedingscentrum stelt dat E221 sommige vitamines kan afbreken, zoals vitamine B1. Grote hoeveelheden kunnen mogelijk allergieën, darmproblemen en misselijkheid veroorzaken.

5. E220 – ZWAVELDIOXIDE

Waar dient deze stof voor
Een chemisch conserveermiddel. Zwaveldioxide, ook wel zwavelzuur, wordt gemaakt door het verbranden van het natuurlijke mineraal zwavel. Het voorkomt verkleuringen in levensmiddelen als witte wijn en meel, en is de oudste manier van conserveren.

Bovendien remt het bederf. Het wordt aan wijn toegevoegd om het gistingsproces te beheersen.

Waar zit het veel in
Gedroogd fruit en gedroogde groenten, melkproducten, vruchtensappen, wijn, azijn, likeur, bier, zilveruitjes, frisdrank en aardappelproducten.

Over dit E-nummer
Zwaveltoevoegingen zijn giftig en de De U.S. Food and Drug administration heeft het gebruik ervan bij gedroogd fruit verboden. En de Amerikaanse International Labour Organization adviseert om deze stof zeker te vermijden bij bronchitis, bronchiale astma, hart- en vaatziekten, emfyseem en conjunctivitis.

Het zou de kans vergroten op allergieën, maag klachten, darmstoornissen, longirritaties, misselijkheid, astma (verergering van klachten) en neurologische aandoeningen. Daarnaast bemoeilijkt deze stof de opname van vitamine B1 en E.

6. E321 – BUTYLHYDROXYTOLUEEN

Waar dient deze stof voor
Ook wel BTH, een synthetisch voedingszuur dat wordt gebruikt om ranzigheid, het bederf van vet, te voorkomen. Veel toegepast in oliën en vetten.

Waar zit het veel in
Het komt in veel producten voor in poedervorm zoals bakproducten, sausmixen en soep. Verder in zit het ook vaak in kauwgom.

Onderzoek naar dit E-nummer
BTH is een synthetisch voedingszuur dat huidreacties kan veroorzaken. Bij onderzoeken op proefdieren is kanker geconstateerd. Het zou gedragsproblemen bij kinderen en astma verergeren (1986).

Ook zou het een negatief effect hebben op de bloedsomloop en aandoeningen van de reproductieve organen kunnen veroorzaken, net als leverschade. In sommige gevallen (bij mensen met een erfelijk bepaalde variant van een enzym in de lever) kan het migraine veroorzaken.

De EU ziet in hoe schadelijk deze stof is en heeft het gebruik beperkt, hierdoor zal deze stof in de komende jaren steeds minder gebruikt gaan worden in producten.

7. E320 – BUTYLHYDROXYANIOL

Waar dient deze stof voor
BHA is een synthetisch voedingszuur dat gebruikt wordt in allerlei aroma’s. Ook deze stof wordt gebruikt om ranzigheid, het bederven van vet, in producten te voorkomen.

Waar zit het veel in
In veel producten die vet bevatten. In allerlei aroma’s, chips, margarine, soep, kauwgom en ontbijtgranen.

Over dit E-nummer
Het zou hyperactiviteit, astma, netelroos, slapeloosheid, verhoging van cholesterol, gevoelloosheid, kunnen veroorzaken en deze stof is een oxidant en geldt als kankerverwekkend. In Japan is deze stof dan ook al verboden. Ook zou het de lever kunnen aantasten.

In combinatie met vitamine C kan BHA vrije radicalen vormen die schade in de cel kunnen geven. Ook in de EU is het gebruik van E320 daarom nu beperkt, hierdoor zal het in de komende jaren steeds minder gebruikt gaan worden in producten.

8. E102 – TARTRAZINE

Waar dient deze stof voor
Gele synthetische kleurstof die wordt gebruikt in vele levensmiddelen en voedselproducten, bijvoorbeeld advocaat of banketbakkersroom. Deze stof behoort tot de azokleurstoffen (en theoretisch kan er iedere kleur mee worden gemaakt).

Deze stof wordt vaak gebruikt in plaats van duurdere (gezonde) grondstoffen zoals eieren. Met de verse en duurdere grondstoffen is een product minder lang houdbaar. Deze kleurstof zorgt ervoor dat het product er in ieder geval hetzelfde uitziet, alsof er wel de originele grondstoffen voor zijn gebruikt.

Waar zit het veel in
Naast advocaat en banketbakkersroom zit het ook geregeld in toetjes, snoep, likeur, cakemeel, vruchtensap, jam, mosterd, ijs, gebak, mayonaise, vissticks, vruchtenhagel en frisdranken. Ook zit het in medicijnen als Citrosan en Pantoprazol.

Daarnaast wordt het ook gebruikt in textiel en cosmetica. E102 wordt ook wel CL19140 genoemd.

Onderzoek naar dit E-nummer
E102 is al verboden in Noorwegen, Oostenrijk en Finland. Bij mensen die intolerant zijn voor salicylaten (in aspirine of bessen) zal deze kleurstof intolerantieverschijnselen opwekken. E102 kan leiden tot jeuk of waterpokken.

Deze kleurstof is, samen met nog zes andere kleurstoffen, door de Universiteit van Southampton (2009) in verband gebracht met een groot aantal gevallen van ADHD of hyperactiviteit bij kinderen vooral in combinatie met benzoaten (E210-E215), ook wel de Southampton Six genoemd.

Grote inname verhoogt daarnaast de kans op astma, neusverkoudheid, slapeloosheid, migraine en hooikoorts. Omdat de productie van histamine in het lichaam toeneemt, kunnen allerlei allergische reacties optreden.

9. E120 – COCHENILLE

Waar dient deze stof voor
Een synthetische rode kleurstof die ook wel karmijn of karmijnzuur wordt genoemd. Deze kleurstof wordt gemaakt van de schildjes van de cochenilleluis, het bloed van schildluizen dus.

De kleur komt van de stof karmozijn in het bloed van de beestjes, en wordt gewonnen uit een enorme hoeveelheid vrouwelijke luizen. Ze worden geschept van de schijfcactus, waarop ze leven, en geplet. Het vocht van de lichamen en eieren wordt vermengd met andere stoffen (bijvoorbeeld tin) om de kleur dieper te maken.

Waar zit het veel in
In bijna alle snoepsoorten, Fristi, M&M’s, aardbeiensaus, toetjes, vlees en vruchten op sap.

Over dit E-nummer
Het zou het risico op hyperactiviteit (zeker bij kleine kinderen), astma, eczeem en slapeloosheid verhogen. De resultaten van onderzoek naar bijwerkingen op de lange termijn op het reproductieve systeem en de stofwisseling zijn tot nu toe nog niet beschikbaar.

Wel is bewezen dat deze stof in cosmetica contactallergie kan veroorzaken.

10. E950 – ACESULFAAM-K

Waar dient deze stof voor
Dit is een synthetische zoete smaakversterker die tot wel 200 keer zoeter is dan kristalsuiker. Het heeft een bittere nasmaak waardoor het vaak wordt gebruikt in combinatie met aspartaam.

Waar zit het veel in
Kauwgom, frisdranken, snoep, desserts, sommige melkdranken, industriële bakkersproducten, zoetjes, light dranken, oploskoffie, vruchtenyoghurt.

Onderzoek naar dit E-nummer
Corinne Gouget stelt in ‘Wat zit er in uw eten’ dat een Engelse analyse (maart 2005) beweert dat dit additief als kankerverwekkend en genotoxisch geldt en in verband wordt gebracht met het ontstaan van longtumoren, toename van het cholesterolgehalte en leukemie.

Daarbij citeert ze uit een boek: “In vergelijking met aspartaam en sacharine, die geen van tweeën onberispelijk zijn, is acesulfaam zelfs de ongunstigste van de drie.” Er is verder nog niet voldoende wetenschappelijk onderzoek om dit alles volledig te ondersteunen.

Ons advies
Kies liever voor zoete alternatieven als verse vanille, kaneel, stevia, yaconsiroop, lucumapoeder, kokosbloesemsuiker, honing of mesquitepoeder.

11. E211 – NATRIUMBENZOAAT

Waar dient deze stof voor
Een chemisch conserveermiddel tegen bacteriën, schimmels, gisten, dat schadelijk kan zijn in vergelijking met de natuurlijke variant die bijvoorbeeld voorkomt in fruit (cranberries), sommige planten, kaneel en champignons. Het is een chemisch additief dat wordt gemaakt uit E210 benzoeenzuur (met dezelfde schadelijke effecten).

Waar zit het veel in
Ijs, frisdranken en sambal

Over dit E-nummer
Dit E-nummer is net als E210 omstreden omdat het onder bepaalde omstandigheden in combinatie met vitamine C ofwel ascorbinezuur gedeeltelijk kan worden omgezet in de chemische en giftige stof benzeen. Nadat dit E-nummer in opspraak is geraakt heeft Coca Cola deze stof uit het recept gehaald. Bij een hoge dosering kan het histamine vrijmaken en allergische klachten veroorzaken.

Corinne Gouget noemt nog de volgende mogelijke risico’s: hyperactiviteit, astma, oogirritaties, netelroos, darmstoornissen, groeiaandoeningen, slapeloosheid, gedragstoornissen en neurologische aandoeningen.

12. E432 – POLYSORBAAT

Waar dient deze stof voor
Ook wel Polyoxyethyleen -20- sorbitaan, een stabilisator, emulgator, synthetisch hulpmiddel gemaakt uit sorbitol, laurinezuur en ethyleenoxide. Deze stof bevat vetzuren, vaak afkomstig van plantaardige oliën, maar het gebruik van dierlijk vet (zoals varkensvet) kan niet worden uitgesloten.

Waar zit het veel in
Kauwgom, bakproducten, dressings, ijs, bonbons, sauzen, margarine, frisdranken, ijs, alcoholische cocktails, imitatieslagroom.

Onderzoek naar dit E-nummer
E432 zou een groot risico geven op huidallergieën, darmstoornissen, urineweginfecties, nierproblemen, gewichtstoename en huidaandoeningen. Ook kan het winderigheid veroorzaken (Brush et al., 1957). Ook zou het zorgen voor een verminderde opname van ijzer in het lichaam en mogelijk kankerverwekkend en giftig zijn (doordat het stoffen kan bevatten als ijzeroxide van dioxaan en ethyleenglycol).

13. E385 – CALCIUMDINATRIUM EDTA

Waar dient deze stof voor
Een synthetisch voedingszuur dat wordt gebruikt als stabilisator in producten. Het is ook een metaalbinder en wordt in het ziekenhuis gebruikt om metalen uit het lichaam te verwijderen bij een metaalvergiftiging.

Waar zit het veel in
Mayonaise, ingeblikte groenten, sauzen, vinaigrette, bevroren schaaldieren of schaaldieren in blik, pindakaas, olijfolie en in sommige wasmiddelen.

Onderzoek naar dit E-nummer
Dit product is al verboden in Australië. Bij langdurig gebruikt ofwel hoge concentraties ontstaat er een gevaar voor bloedarmoede. Inname verhoogt het risico op buikkrampen, bloed in urine, overgeven, spierkrampen en diarree.

In ‘A Consumer’s Dictionary of Food Additives’ stelt Ruth Winter dat chromosomen zijn beschadigd bij onderzoek op proefdieren. Maar wetenschappelijk onderzoek naar de lange termijn effecten van EDTA op de mens zijn er nog niet.

14. E461 – METHYLCELLULOSE

Waar dient deze stof voor
Het wordt gebruikt als stabilisator, vulmiddel, emulgator, voedingsvezel, anti-klontermiddel en verdikkingsmiddel. Het wordt via chemische processen gemaakt uit houtsnippers en daarna weer chemisch bewerkt. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt om vezels in volkorenbrood te vervijfvoudigen. Deze stof houdt water vast en zorgt zo voor volume.

Waar zit het veel in
Volkorenbrood, bakproducten, glutenvrije producten, kant-en-klaar maaltijden, sauzen, pasta, desserts.

Over dit E-nummer
Een hoge dosering kan verstopping, diarree, krampen, winderigheid en een verminderde werking van de nieren veroorzaken. Ook zorgt het voor verminderde opname van mineralen en vitaminen. Deze stof kan via de darmwand vrij gemakkelijk in de bloedsomloop terechtkomen, zo stelt Ruth Winter in haar boek.

15. E110 – ZONNEGEEL

Waar dient deze stof voor
Ook E110 is een gele synthetische (azo) kleurstof die wordt toegevoegd aan levensmiddelen. Het is een natriumzout.

Waar zit het veel in
Advocaat, gelei, brandewijn, marsepein, jam, citroenjenever, frisdranken, snoep, desserts, sauzen en vis uit blik.

Onderzoek naar dit E-nummer
Gebruik wordt afgeraden voor mensen met astma en de huidaandoening urticaria. Een grote hoeveelheid zou slapeloosheid, buikpijn en misselijkheid veroorzaken. Het versterkt allergische reacties bij mensen die intolerant zijn voor salicylaten (aspirine en bessen).

In combinatie met conserveermiddelen ofwel benzoaten zou het hyperactiviteit bij kinderen verergeren, ook dit is (evenals E102) een van de E-nummers uit het onderzoek van de Southampton University in Engeland die dat aantonen. Zelfs de Britse regering adviseert kinderen met ADHD om dit additief te vermijden.

16. E213 – CALCIUMBENZOAAT

Waar dient deze stof voor
Net als E211 is dit een chemisch conserveermiddel tegen bacteriën. Het wordt gebruikt om de houdbaarheid van dranken en voedingsmiddelen te verlengen.

Waar zit het veel in
Frisdranken, sambal, ijs en ook wordt het vaak gebruikt in producten waar weinig suiker in zit.

Onderzoek naar dit E-nummer
Het geeft een verhoogd risico op hyperactiviteit, oogirritaties, darmstoornissen, slapeloosheid, groeiaandoeningen bij embryo’s en gedragsstoornissen. Onderzoekster Corinne Gouget stelt dat dit additief het bloed schaadt en het in verband is gebracht met leukemie bij zowel mens als dier. E213 is in verband gebracht met verergering van klachten bij mensen met allergische aandoeningen.

Het is een omstreden conserveermiddel omdat het onder bepaalde omstandigheden in combinatie met ascorbinezuur ofwel vitamine C gedeeltelijk kan worden omgezet in benzeen, een giftige chemische verbinding.

17. E310 – PROPYLGALLAAT

Waar dient deze stof voor
Het is een synthetisch voedingszuur, een conserveringsmiddel dat kunstmatig wordt verkregen en vaak wordt gebruikt in combinatie met BHA en BHT om ranzigheid van vette producten tegen te gaan.

Het wordt in de darm afgebroken tot propanol en galzuur (en galzuur kan eczeem, maagklachten en hyperactiviteit veroorzaken).

Waar zit het veel in
Vleesproducten, kippenbouillon, kauwgom, oliën, snacks. Veel gebruikt in cosmetica.

Onderzoek naar dit E-nummer
Dierproeven hebben uitgewezen dat deze stof kankerverwekkend is. In het boek ‘Wat zit er in uw eten’ wordt beschreven dat een verslag uit 1993 aantoont dat dit additief stoornissen in de productie van rode bloedlichaampjes veroorzaakt.

Daarnaast zijn er morfologische afwijkingen aan de milt geconstateerd bij ratten die deze stof 90 dagen lang kregen toegediend. Het zou het risico op hyperactiviteit, astma, urticaria, eczeem, maagklachten, slapeloosheid, darmstoornissen, astma onvruchtbaarheid, nier- en leverinfecties en allergieën vergroten.

18. E250 – NATRIUMNITRIET

Waar dient deze stof voor
Een chemisch conserveermiddel dat wordt gewonnen uit natriumnitraat en gebruikt als smaakstof en voor kleurbehoud in vleesproducten en daarnaast tegen bacteriën.

Waar zit het veel in
Bacon, ham, paté, vleeswaren, visproducten, spek, corned beef, worstjes, gerookte vis.

Over dit E-nummer
Vermengd met keukenzout of met eiwitten kan dit in de maag worden omgezet tot (mogelijk kankerverwekkende) nitrosamine en kan schade aanrichten aan lever en alvleesklier en kan misselijkheid, allergieën, hyperactiviteit, astma, slapeloosheid, duizeligheid en problemen met de bloeddruk veroorzaken, aldus het boek ‘Eat Safe: The Truth about Additives from Aspartame to Xanthan Gum .

Een hoge dosering kan ook reageren met hemoglobine. E250 mag niet gebruikt worden in babyvoeding.

19. E251 – NATRIUMNITRAAT

Waar dient deze stof voor
Een chemisch conserveermiddel dat net als E250 wordt gebruikt om kleurverlies van vlees tegen te gaan en de houdbaarheid te verlengen. Het wordt ook gebruikt voor het maken van salpeterzuur en kunstmeststof. De natuurlijke variant van deze stof komt voor in bladgroenten.

Waar zit het veel in
Gedroogde worst, kaas, vlees, vleeswaren, pizza en foie gras

Over dit E-nummer
Vergelijkbaar met E250: kan in de maag met eiwitten reageren tot (mogelijk kankerverwekkende nitrosamines) en kan reageren met hemoglobine. Een grote hoeveelheid verhoogt het risico op misselijkheid, astma, hyperactiviteit, slapeloosheid, duizeligheid en een lage bloeddruk.

20. E151 – BRILJANTZWART BN OF ZWART PN

Waar dient deze stof voor
Een chemische kleurstof gemaakt van zwarte kunststof.

Waar zit het veel in
Frisdranken, kaas, siroop, snoep, desserts, ijs, mosterd en vruchtenjam.

Onderzoek naar dit E-nummer
Uit onderzoek is gebleken dat deze kleurstof darmcystes bij varkens veroorzaakt, zo stelt onderzoekster Gouget. Deze kleurstof is al verboden in Oostenrijk, Amerika, Australië, Noorwegen, Zweden, Zwitserland, België, Frankrijk, Canada, Japan, Finland en Duitsland omdat het allergische reacties zou veroorzaken.

Het zou hyperactiviteit veroorzaken (net als de andere azokleurstoffen, vooral in combinatie met benzoaten en astmaklachten verergeren, ook zou het mogelijk kankerverwekkend zijn. In de darmflora wordt het omgezet tot stoffen die toxisch kunnen zijn. Mensen met een allergie of intolerantie wordt geadviseerd dit additief te vermijden. De Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI) van E151 is laag.

21. E133 – BRILJANTBLAUW FCF

Waar dient deze stof voor
Synthetische blauwe kleurstof die wordt verwerkt in verschillende producten waaronder sommige anti-rimpelcrèmes.

Waar zit het veel in
IJs, doperwten in blik, anti-rimpelcrèmes

Over dit E-nummer
E133 is al verboden in Frankrijk, Duitsland, Noorwegen, Zwiterseland, Zweden en Oostenrijk. Het is in verband gebracht met allergische reacties en zou het risico op hyperactiviteit, astma, netelroos, huidreacties, slapeloosheid vergroten en mogelijk kankerverwekkend zijn. Gebruik van E133 wordt afgeraden bij hyperactieve kinderen omdat het de klachten zou verergeren.

Conclusie

Nogmaals heb geen stress over het feit dat je in het verleden veel van deze E-nummers hebt binnengekregen. Zie het als een motivatie om het in de toekomst anders te doen en zo stappen te zetten naar een optimale gezondheid. Wil je nog iets meer lezen over andere toevoegingen die je beter kunt vermijden lees dan dit artikel. 

Wat wij altijd adviseren is om zoveel mogelijk vers en onbewerkt voedsel te eten, voor maximale energie en gezonde voedingsstoffen. Door zo min mogelijk bewerkte en fabrieksmatige voeding te eten beperk je de inname van additieven en E-nummers. Wanneer de basis van je voedingspatroon gezond, puur en vers is, kan je systeem herstellen en sterker worden, waardoor je best eens een uitzondering kunt maken.

Wanneer je bovenstaande stoffen dagelijks binnenkrijgt via fabrieksmatige of verpakte voedingsmiddelen en ook nog regelmatig uit eten gaat dan zal je eerder last kunnen hebben van de (schadelijke) gevolgen van deze stoffen voor de gezondheid. Het gaat dus vooral om een gezonde basis.

Wetenschappelijke Referenties
– Corinne Gouget, Wat zit er in uw eten?, Bouillon Uitgeverij
– H.J. Roberts, Aspartame Disease: An ignored epidemic, 2001 Sunshine Sentinel Pr Inc
– Yu T, Zhao Y et al. Effects of maternal oral administration of monosodium glutamate at a late stage of pregnancy on developing Mouse fetal brain. Brain Research 747(2):195-206, Feb 1997.
– U.S. Food and Drug Administration, fda.gov/Food/FoodIngredientsPackaging/FoodAdditives
– Butylated hydroxytoluene (BHT), IARC Monographs on the Evaluation of Carcinogenic Risks to Humans, 1986;40:161-206.
– Scientific Opinion on the re-evaluation Tartrazine (E 102), EFSA Panel on Food Additives and Nutrient Sources added to Food (ANS), European Food Safety Authority (EFSA), Parma, Italy, EFSA Journal 2009; 7(11):1331
– Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives (1974). “Toxicological evaluation of some food additives including anticaking agents, antimicrobials, antioxidants, emulsifiers and thickening agents”. WHO Food Additives Series No. 5. World Health Organization.
– Ruth Winter, A Consumer’s Dictionary of Food Additives, 7th Edition: Descriptions in Plain English of More Than 12,000 Ingredients Both Harmful and Desirable Found in Foods . Three Rivers Press, 2009
– Bill Statham. Eat Safe: The Truth about Additives from Aspartame to Xanthan Gum . Running Press, 2008

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published.